Hoewel Marcel Warmenhoven (Rotterdam, 1954) zich in zijn werk nooit beperkt heeft tot een enkele techniek of uitdrukkingswijze, hebben de beelden vervaardigd uit afvalhout een uitzonderlijke plaats in het totaal. De eerste houten beelden ontstonden in Maastricht aan de Jan van Eyckacademie. Ze getuigen van een vaardige snelheid en inventiviteit. Lichtvoetigheid voert de boventoon. In zijn latere werk laat de kunstenaar zich meer en meer kennen als een bekwaam vakman. De vormentaal wordt gepolijster, meer gedetailleerd maar nergens verliest hij de gave om het weerbarstige materiaal naar zijn hand te zetten.

In Warmenhovens werk zien we telkens zijn bezorgdheid over de gespannen relatie tussen de mens en de hem omringende natuur. Dat thema komt ook duidelijk tot uitdrukking in de beelden van verschillende dieren die hij in kunststof maakt. In deze beelden met hun bewerkte “huid” maakt hij een helder statement over natuur- en milieuvraagstukken. In “Otto (Von Bismarck)” bijvoorbeeld gebruikt hij strengen vlas die gedrenkt zijn in epoxyhars. Oorspronkelijk werd dit beeld gemaakt voor een tuin in een omgeving waar op grote schaal vlasteelt plaatsvindt. De boeren jagen op het wilde zwijn dat zij als grootste vijand beschouwen voor hun gewas. Met zijn onverzettelijkheid lijkt “Otto” een lange neus te willen maken naar zijn vijandige omgeving.

Soms is de boodschap overduidelijk, maar een waarschuwend opgeheven vinger vindt men bij Warmenhoven niet. Wat de kijker vooral treft is het plezier waarmee hij kennelijk werkt. Het materiaal dient hem als voertuig voor ontroering. En om het publiek, zonder omweg, te denken te geven, op een aansprekende manier.